|
Submitted by George Overmeire on Sat, 01/16/2010 - 21:03
|
Johann Wolfgang Goethe werd op 28 augustus 1749 in Frankfurt am Main geboren. Zijn leven was vol muziek en vaak genoeg heeft Goethe zelf muziek een onmisbaar bestanddeel van zijn leven genoemd. Goethe's grootvader Friedrich Georg Goethe was in Frankfurt bekend als fluitist en heeft wellicht connecties met de componist Telemann gehad. Goethes vader speelde luit, zijn moeder piano en Goethes zuster Cornelia zong. In Goethes geboortehuis aan de Hirschgraben was een muziekkamer. Uit het kasboek van Goethes vader blijkt dat de familie regelmatig naar abonnementsconcerten ging.
Als 14-jarige kreeg Goethe pianoles bij J.A. Bisman waar hij ook de beginselen van de muziektheorie leerde. In 1770/1771heeft hij bij de cellist Basch in Straßburg verder gestudeerd. Er is wel gesuggereerd dat hij weinig van muziek wist en geen noten kon lezen, maar getuigenissen uit Goethes eigen tijd vertellen dat hij tamelijk goed piano kon spelen, vloeiend muziek kon lezen en zich een eenvoudige partituur kon voorstellen.
Op 18 augustus 1763 hoort de bijna 14-jarige Goethe de dan 7-jarige Wolfgang Amadeus Mozart en zijn zuster Nannerl in Frankfurt spelen.
In 1765 schreef Goethe zijn eerste operalibretto: "La sposa rapita", dat hij later heeft vernietigd. In datzelfde jaar begon Goethe aan zijn rechtenstudie in Leipzig, hij kwam terecht in de literair-muzikale kring van J.A. Ernesti, Chr.F. Gellert, J.Chr. Gottsched, Chr.F. Weisse etc. Ook maakte hij kennis met de familie Breitkopf, waar hij fluit speelde en de componist J.A. Hiller leerde kennen, wiens Singspiele (o.a. "Die Jagd") een blijvende indruk op hem gemaakt hebben. Ook ontstonden in Leipzig de "Lieder mit Melodien", die hij in 1767 aan Friederike Oeser gaf en in het in 1768 voltooide herdersspel "Die Laune des Verliebten", een toneelstuk met Musikeinlagen..
In 1768 is Goethe ziek thuis in Frankfurt. Hij wordt verzorgd door zijn moeder en haar vriendin Susanna von Klettenberg, die Goethe in contact brengt met natuurmystieke en alchemistische geschriften, waardoor hij het idee krijgt voor "Faust". Johanna Fahlmer, een vriendin van Goethe, probeert in die tijd Gluck als componist voor Goethe te interesseren. Dat lukt helaas niet, hoewel Gluck zijn bewondering voor Goethe uitspreekt.
Herfst 1769 verschijnen in Leipzig 20 gedichten van Goethe in "Neue Melodien, gesetzt von Bernhard Theodor Breitkopf".
In 1770 voltooit Goethe zijn rechtenstudie in Straatsburg. Hij maakt kennis met Herder; zijn interesse in Volksliederen inspireerden Goethe tot een verzameling 12 volksliederen uit de Elzas: "Aus den Kehlen der ältesten Müttergens"; de melodieën werden op Goethes aanwijzingen door zijn zuster Cornelia opgeschreven. Zijn verblijf in Sesenheim leidde tot zijn relatie met de domineesdochter Friederike Brion, waarvoor hij de "Sesenheimer Liedern" schreef.
Goethes muzikale leven kan hoofdzakelijk in vijf perioden worden onderverdeeld, waarbij stees één componist zijn muzikale leidsman was.(Moser)
#Joh. André (1766 - 1776)
#Philipp Christoph Kayser (1777 - 1787)
#Joh. Friedrich Reichardt (1788 - 1798)
#Carl Friedrich Zelter (1799 - 1824)
#Felix Mendelssohn Bartholdy (1825 - 1832)
In Weimar werkte Goethe daarnaast nog met E.W. Wolf, W. Ehlers, K. Eberwein, C. Moltke, J.N. Hummel, en vanuit de verte hebben Gluck, Mozart, Beethoven en Schubert werk van Goethe gecomponeerd, zonder dat het tussen deze grootheden tot intensieve samenwerking kwam.
Tijdens zijn verblijf in Frankfurt als advocaat ontstond in 1771 de eerste versie van Götz von Berlichingen. Uit zijn omgang met de "Gemeinschaft der Heilingen" uit Darmstad ontsond de parodie "Concerto dramatico". "Wanderers Sturmlied" uit 1772 is de eerste van een reeks grote en vaak getoonzette dithyramben; uit dezelfde tijd stammen de eveneens voor componisten populaire "Mahomet's Gesang", "Ganymed", "An Schwager Kronos", "Prometheus", balladen zoals "Der König in Thule", romances als "Es war ein Buhle" etc.
Goethes kennismaking met de Opéra Comique dateert reeds van 1762-1765. Tussen 1771 en 1777 trad de groep van Marchand geregeld in Frankfurt op met Opéras Comique van Monsigny, Philidor en Grétry, Singspiele van Hiller, Neefe, Benda e.a. "Töpfer" van J. André werd de "hit" van 1773 en inspireerde Goethe tot het schrijven van zijn eerste eigen Singspiel: "Erwin und Elmire", waaraan hij in ieder geval in december 1773 werkte. Het kan zijn dat Goethe en André elkaar al sinds 1764 kenden en André heeft dan ook een aantal van Goethes Singspiele en liederen gecomponeerd.
De eerste Zwitserse reis en de periode Lili Schönemann (1775) waren de inleiding tot een nieuwe toon in Goethes Lyriek: de rechtstreekse natuurbeleving, de geestdrifitge melodieusheid van zijn taal, het ritme en de gevoelswarmte hebben meer dan anderhalve eeuw musici geïnspireerd.
In 1774 leert Goethe de dan 20-jarige Ph.Chr. Kayser kennen. Vanaf 1779 werd de band tussen Goethe en Kayser bijzonder hecht en werd Kayser Goethes belangrijkste muzikale adviseur en vertrouwenspersoon. In het in 1777/1778 verschenen Liedboek dat Goethe liet samenstellen door de Hofmusicus Wiener, zijn 72 composities van Kayser te vinden, 13 van Seckendorff. Goethe liet Kayser de muziek schrijven voor "de tweede versie van "Erwin und Elmire" (waarschijnlijk werkte Kayser ook al aan de oorspronkelijke versie) en gaf hem opdracht voor de muziek voor Egmont. In 1781 woonde Kayser bij Goethe in Weimar en ze waren samen in Rome tussen 1786 en 1788, waarna ze gezamelijk terugreisden naar Weimar. Eind 1788 kwam er aan de vriendschap een einde.
Sinds zijn verhuizing naar Weimar in 1775 was Goethe behalve in literaire kringen ook bij het hoftheater betrokken. Het theater was eind 1775 afgebouwd en sinds 1776 was Goethe intensief voor het theater werkzaam. Voor de dood van Gluck's nicht Marianne schreef Goethe het monodrama Proserpina (1776). In 1777 ontstond "Triumph der Empfindsamkeit", in de tweede versie van dit werk uit 1780 werd Proserpina verwerkt. In 1779 erkt Goethe samen met Corona Schröter bij de première van de eerste versie van Iphigenie in Weimar. Op 7 januari 1780 werd het nieuwe theater in Weimar geopend.
Vanaf 1782 ontstonden de volgende voor de muziek belangrijke werken: de liederen die later in "Wilhelm Meister" ingepast zouden worden (en tot de meest gecomponeerde gedichten behoren), in 1781/82 Erlkönig (door Corona Schröter als eerste op muziek gezet).
In 1784 nam het theatergezelschap van Bellomo het theater van Weimar over en speelde daar tot 1791 drie keer per week voorstellingen, waardoor Goethe in contact kwam met werk van Piccinni, Anfossi, Cimarosa, Paisiello, Martin, Soler, Salieri, Schweitzer, Benda, Gluck, Mozart, Dittersdorf, Grétry, Monsigny e.a. Van 1791 tot 1817 had Goethe als toneel en operadirecteur de leiding van het theater.

|
Submitted by George Overmeire on Mon, 03/15/2010 - 18:54
|
De wichelroede. Volgens Grimm komt het woord sinds de 13 eeuw voor als "toverstaf". Het is een magisch woord binnen de Duitse poëzie, al is het maar door Josef von Eichendorffs beroemde gedicht uit 1835:
Schläft ein Lied in allen Dingen
Die da träumen fort und fort
Und die Welt hebt an zu singen
Triffst du nur das Zauberwort
Ik zou niet over dit onderwerp schrijven als het niet ook bij Goethe voorkwam, en wel in zijn "Faust", Paralipomena 2 (= bewaard gebleven aantekeningen en schetsen, die niet in de Endfassung van Faust 1&2 terecht zijn gekomen)(Faust 3 - Studierzimmer):
"Nicht Wünschelrute, nicht Alraune -
Die beste Zauberei liegt in der guten Laune"
Het belangrijkste aan het woord "Wünschelrute" is dat volgens Rafael Michalczuk Eichendorff in boven geciteerd gedicht en Goethe in zijn gedicht "Gedichte sind gemalte Fensterscheiben" een compacte theorie van de lyriek geven:
Die Kunst besteht jedoch darin, das Zauberwort zu „treffen“ und die Welt damit singen zu machen
Goethe schreef zijn gedicht vooral tegen de "Philister"; een Philister is iemand die
der Kunst (zumeist Avantgarde-Kunst) und damit zusammenhängende ästhetische oder geistige Werte nicht schätzt oder verachtet, dabei aber unkritisch vorgefertigte, oft als bürgerlich bzw. spießbürgerlich bezeichnete Vorstellungen übernimmt und anwendet. (art. "Philister" in Wikipedia).
Over de Philister schrijft Goethe voor het eerst in "Werther" (1774), waarna het algemeen in gebruik komt. Zoals Goethe schrijft aan Zelter op 4 september 1831:
"Was ist ein Philister?
ein hohler Darm
mir Furcht und Hoffnung ausgefüllt
daß Gott erbarm!"
Genoeg uitgeweid: hieronder Goethes schitterende gedicht:
Gedichte sind gemalte Fensterscheiben
Gedichte sind gemalte Fensterscheiben!
Sieht man vom Markt in die Kirche hinein,
Da ist alles dunkel und düster;
Und so siehts auch der Herr Philister.
Der mag denn wohl verdrießlich sein
Und lebenslang verdrießlich bleiben.
Kommt aber nur einmal herein!
Begrüßt die heilige Kapelle;
Da ists auf einmal farbig helle,
Geschicht und Zierat glänzt in Schnelle,
Bedeutend wirkt ein edler Schein,
Dies wird euch Kindern Gottes taugen,
Erbaut euch und ergetzt die Augen!
|
Submitted by George Overmeire on Sun, 07/05/2009 - 07:00
|
Een week geleden was ik in Leipzig, eigenlijk voor een conferentie over een van mijn andere helden: Albert Lortzing. Maar Goethe heeft van 1765 tot 1768 in Leipzig gewoond voor zijn rechtenstudie. Behalve dat hij daar Kätchen Schönkopf heeft leren kennen, de herbergiersdochter waarmee hij een kortstondige verhouding had en waarvoor hij de Annette-Lieder schreef (1766-1767) heeft hij daar ook Auerbachs Keller redelijk vaak bezocht.
De schilderingen op de muren, waar o.a. de Faust uit de oude originele sage rijdend op een wijnvat was afgebeeld, inspireerde Goethe en hij heeft Auerbachs wijnkelder dan ook als enige historische plaats overgenomen in zijn Faust.
Goethe moest niet veel hebben van de ruwheid van de studenten in zijn tijd, maar heeft toch de "Auerbachs Keller"-scene in Faust gedicht als aandenken aan zijn studententijd. Twee beelden boven de ingang van de wijnkelder herinneren hieraan:
 |
 |
| Mephisto verzaubert die Studenten |
Die Studenten von Mephisto verzaubert |
Auerbachs Keller buit de relatie met Goethe en zijn Faust flink uit en geef ze eens ongelijk. Er is zelfs een "Faust, die Rockoper"":
En natuurlijk is er in Leipzig een Goethe Denkmal auf dem Naschmarkt, vlakbij de Alte Handelsbörse. Helaas geen tijd om er langs te gaan en zelf een plaatje te schieten, dus dan maar een ansichtkaart:
|
Submitted by George Overmeire on Mon, 08/25/2008 - 07:00
|
Goethe was, volgens Nietzsche, hèt voorbeeld van de geslaagde levenskunstenaar. Hij was een universeel geleerde, veelzijdig en flexibel, maakte lange reizen en kon tot op hoge leeftijd verliefd worden. Hij disciplineerde zich als het ware tot een geheel van rede, zintuigelijkheid, gevoel dankzij zijn sterke wil; hij schiep zichzelf. Zoals Nietzsche het in "Afgodenschemering" zegt: hij stond met een vreugdevol en vertrouwend fatalisme in de werkelijkheid.
Goethe. - Geen Duitse gebeurtenis, maar een Europese: een grootse poging om de achttiende eeuw te overwinnen door een terugkeer tot de natuur, door op te klimmen tot de natuurlijkheid van de Renaissance, een soort van overwinning van die eeuw op zichzelf. - Hij had de sterkste instincten ervan in zich: sentimentaliteit, natuur-idolatrie, het anti-historische, het idealistische, het niet-reële en revolutionaire (-het laatste is slechts een vorm van het niet-reële). Hij riep de geschiedenis, de natuurwetenschap en de oudheid te hulp, evenals Spinoza, en vooral de praktijk; hij omringde zich met louter gesloten horizonten; hij zonderde zich niet af van het leven, hij ging er middenin staan; hij was onvervaard en nam zoveel mogelijk op zich over en in zich op. Wat hij wilde was totaliteit; hij bestreed het uit-elkaar-gaan van verstand, sensualiteit, gevoel en wil; (...) door discipline werd hij één geheel, "schiep" hij zichzelf...Goethe was, in een tijdperk dat naar het niet-reële neigde, een overtuigd realist: hij zei ja tegen alles, wat in dit opzicht met hem verwant was - hij had geen grotere belevenis dan dat ens realissimum, Napoleon genaamd. Goethe concipieerde een sterk, hoogontwikkeld, in alle fysieke vaardigheden bedreven, zichzelf in toom houdend, zichzelf respecterend mens, die zich de hele omvang en rijkdom van de natuurlijkheid kan permitteren, die sterk genoeg is voor deze vrijheid; een man van tolerantie, niet uit zwakte maar uit kracht, omdat hij dat waaraan de doorsnee-mens te gronde zou gaan, nog in zijn voordeel weet te gebruiken; een man voor wie niets meer verboden is, of het moest zwakheid zijn, of die nu deugd of ondeugd wordt genoemd. Een dergelijke vrijgeworden geest staat met een fatalisme vol vreugde en vertrouwen midden in het heelal in het geloof dat alleen het individuele verwerpelijk is, dat alles wordt verlost en bevestigd in het geheel - hij ontkent niet meer...Maar zulk een geloof is het hoogste van alle mogelijke geloven: ik heb het "Dionysus" gedoopt.
Uit: "Götzen-Dämmerung, Streifzüge eines Unzeitgemässen".
Goethe's "Promethische Gestaltungskraft" komt voort uit zijn leeftregel:
sich die Welt anverwandeln und sie dadurch zur eigenen machen, aber auch nur so viel davon aufnehmen, wie man sich anverwandeln kann
Waaruit volgt:
Man muß das Unzukömmliche ohne Skrupel draußen lassen.
(geciteerd naar R. Safranski: "Romantik - Eine deutsche Affäre".)
Ik zoek eens in Goethes "Werke in vier Bänden", minder compleet dan de titel suggereert, in de afdeling "Denksprüche und Merkreime".
Eigenheiten, die werden schon haften
Kultiviere deine Eigenschaften.
Laß dich nur in keiner Zeit
Zum Widerspruch verleiten;
Weise fallen in Unwissenheit,
Wenn sie mit Unwissenden streiten.
Feiger Gedanken
Bängliches Schwanken,
Weibisches Zagen,
Ängstliches Klagen,
Wendet kein Elend,
Macht dich nicht frei
Allen Gewalten
Zum Trutz dich erhalten;
Nimmer sich beugen,
Kräftig sich zeigen,
Rufet die Arme
Der Götter herbei.
En tenslotte uit de "West-östliche Divan"
Was verkürzet mir die Zeit?
Tätigkeit!
Was macht sie unerträglich lang?
Müßiggang!
Was bringt in Schulden?
Harren und Dulden!
Was macht gewinnen?
Nicht lange besinnen!
Was bringt zu Ehren?
Sich wehren!
Waar - volgens mij - Nietzsche aan gedacht moet hebben toen hij schreef:
Wat maakt heroïsch?
-Tegelijkertijd zijn grootste leed en zijn grootste hoop tegemoet gaan.
Waaraan geloof je?
-Dat het gewicht van alle dingen opnieuw moet worden vastgesteld.
Wat zegt je geweten?
-"Je moet worden die je bent!".
Waar liggen je grootste gevaren?
-In medelijden.
Wat heb je in anderen lief?
-Mijn verwachtingen.
Wie noem je slecht?
-Hem die altijd wil beschamen.
Wat is voor jou het meest humane?
-Zorgen dat niemand zich hoeft te schamen.
Wat is het zegel van de bereikte vrijheid?
-Zich niet meer voor zichzelf schamen.
Uit: ''Die fröhliche Wissenschaft''.
(vert. Nietzsche-citaten: Elza van Nierop en Tine Ausma)
|
Submitted by George Overmeire on Mon, 07/21/2008 - 07:00
|
"Goethendipity" is een neologisme, bedacht door Tony Buzan. Buzan is de bedenker van het MindMappen en hij schreef er een boek over. Toen ik twee jaar geleden bij DeSlegte op zoek was naar een tweedehandsexemplaar van dat boek vond ik in plaats daarvan Buzan's "Book of Genius", een geweldig inspirerend boek over het ontwikkelen van je intellectuele vaardigheden. Het tweede deel van het boek is een "Hall of Fame", beroemdheden die niet zomaar beroemd zijn geworden. Wij kunnen veel van deze mensen leren. Goethe neemt hierin een vrij prominente plaats in en wel vanwege zijn "Goethendipity".
"Goethendipity" is Serendipity (=het vermogen toevallig waardevolle zaken te ontdekken) + Plan, Vision & Intention. Hier is - geciteerd uit Buzan's boek en dus in het Engels, Goethes centrale tekst:
Until one is committed there is hesitancy, a chance to draw back. Always ineffectiveness concerning all acts of initiative and creation. There is one elementary proof - the ignorance of which kills countless ideas and splendid plans. This is, that the moment one definitely commits oneself, then providence moves too. All sorts of things occur to help one, that would never otherwise have occurred. A whole stream of events issues from the decision, raising in one's favour all manner of unforeseen incidents and material assistance, which no man could have dreamed would have come his way. Whatever you can do or dream you can, begin it. Boldness has genius, power and magic in it, begin it now.
Buzan's eigen commentaar hierop:
"Goethendipity" is the concept that the people you meet, and the circumstances in which you find yourself, will relate incredibly closely to the power of your personal vision, the commitment you have to it, the persistence with which you pursue it, your appropriate practice of the brain principles, and the degree of your development of the other characteristics of genius.
|
Submitted by George Overmeire on Tue, 07/15/2008 - 07:00
|
Een schitterende website, fraai vormgegeven, hooguit nog niet helemaal af - net als deze Goethe-website overigens - is het Goethezeit-portal. Ik kwam er bij toeval op. Een onderafdeling van deze vraagbaak is "Goethe, Schiller & Co", waar wordt uitgelegd waarom we ons nog steeds met Goethe (en Schiller) bezig houden:
Um Goethe kommt aber auch niemand herum, der sich (...) die Frage vorlegt was Menschen zu Menschen zu sagen haben (...). Goethe ist ein Prüfstein in Sachen Humanität. (Heinz Friedrich).
Goethe is zeker een toetssteen van het Europees Humanisme, zoals ook Rob Riemen nog eens uitlegde in het eerste artikel in nr. 50 van het jarige Nexus, waar hij Goethe meerdere malen citeert. Eerst Goethes "Epilog zu Schillers 'Glocke'" (1805):
Den Lebenswürd'gen soll der Tod erbeuten.
en, waar het gaat om de drieslag Leven-Liefde-Geest van het Europees Humanisme, uit de "West-Östliche Divan":
Denn das Leben ist die Liebe
Und des Lebens Leben Geist.
Goethe is ook een leraar waar het gaat om het nut van het leven, ik pluk weer van de Goethe, Schiller & Co-website:
„Was machst du an der Welt? Sie ist schon gemacht,
Der Herr der Schöpfung hat alles bedacht.
Dein Los ist gefallen, verfolge die Weise,
Der Weg ist begonnen, vollende die Reise;
Denn Sorgen und Kummer verändern es nicht,
Sie schleudern dich ewig aus gleichem Gewicht.“
En denk dan aan Goethe's brief aan Zelter, in 1830:
Es gibt am Ende doch nur vorwärts!
Is het mogelijk een volwaardig leven te leiden zonder Goethe te hebben gelezen? Ik denk het wel, maar je hebt het wel een stuk moeilijker...
|
Submitted by George Overmeire on Tue, 04/22/2008 - 07:00
|
De site-banner is nu veranderd. Op zoek naar een mooi plaatje vond ik een fraaie Goethe quote:
"Weit, hoch, herrlich der Blick
Rings ins Leben hinein"
Verder zijn in de biografie-pagina de links naar plaatjes van Goethes vrouwen gecorrigeerd, die verwezen nog naar de oude website.
|
Submitted by George Overmeire on Fri, 04/18/2008 - 07:00
|
De oudemannenliefde van Goethe voor de 19-jarige Ulrike von Levetzow is het thema van de nieuwe roman van Martin Walser: Ein Liebender Mann, Rowohlt, 285 blz € 23,90. Gerecenseerd in NRC van 18 april 2008 door Anneriek de Jong. Beter is wellicht Marbot van Wolfgang Hildesheimer of Lotte in Weimar van Thomas Mann. Maar ik ga het toch proberen.
|
Submitted by George Overmeire on Sun, 03/02/2008 - 08:00
|
Het heeft even geduurd - wéér een website. Maar ik had er zo'n zin in en was mijn oude Goethe-website zat; ik kwam er niet verder mee.
Een domeinnaam was niet zo makkelijk te registreren, maar al die goethe.orgs/coms en whatever zijn niet de moeite waard. Dat ga ik hier beter doen.:-)
Dit is overigens een proef blogpost, neem het niet te nauw. Sowieso is het niet de bedoeling dat je op deze website mee gaat praten - ik hou het voor mezelf, je mag er alleen maar naar kijken.
|