George Overmeire's blog

Het Nationale Toneel speelt Faust I & II

Faust komt! Na de legendarische marathon-uitvoering van De Appel in 1985, de enige voorstelling waarvoor ik ooit enige uren in de rij heb gestaan - NotaBene om hem voor een tweede keer te mogen zien - gaat nu Het Nationale Toneel zich aan het stuk wagen. Onder regie van Johan Doesburg en in een nieuwe bewerking van Janine Brogt.
Vertalen is interpreteren, maar ik hoop dat Brogt zich een beetje heeft kunnen beheersen. Zo zegt ze in de Volkskrant van 21 januari:

En toch, wat leuk is: als bewerker kun je zelf sturen. Goethe was een macho, die vrouwen versierde en verliet, en mannen opzocht om te vertellen hoe ie 'm dat flikte. In Faust vind je dan Gretchen als een symbool van onschuld, en Helena als droombeeld, plus verder alleen maar heksen, kobolden en gedrochten om het vrouwbeeld completeren. Ik heb Gretchen en Helena gewoon nét wat meer onafhankelijkheid mee gegeven.'

Ik ga het zien, uiteraard; de kaartjes voor de voorstelling van 19 februari liggen al een half jaar klaar.
Ben benieuwd of het weer een voorstelling wordt waar ik een paar uur voor in de rij wil staan voor de herhaling.


Via: Volkskrant 20 januari 2011

Het Nationale Toneel speelt Faust I & II in een marathonsessie. De klassieker van Goethe gaat over de vooraanstaande geleerde Faust die op een keerpunt in zijn leven staat. In de wetenschap vindt hij geen voldoening meer. Terwijl hij studeerde is het leven aan hem voorbij gegaan. De kennis die hij in al die jaren heeft opgedaan, biedt ook geen troost. Verlossing dient zich aan in de figuur van de duivelse Mefisto. Deze ontmoeting zorgt ervoor dat Faust een tweede kans krijgt.

Mefisto sleept hem mee de wereld in. Tijdens hun avonturen wordt Faust geconfronteerd met het geheim van de schepping, de ontzagwekkende kracht van de natuur, het mysterie van de liefde en, last but not least, de politieke en economische principes waarop onze westerse samenleving al sinds eeuwen draait. Met spel van o.a Stefan de Walle, Jaap Spijkers, Michel Sluysmans en Vincent Linthorst. De regie is in handen van Johan Doesburg.

Faust I & II,Nationale Toneel, 23/1 (première) in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. Aldaar t/m 19/2. Van 24/2 t/m 6/3 in de Stadsschouwburg in Amsterdam en vervolgens weer van 7/4 t/m 24/4 in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.

Stefan de Walle als Mefistofeles en Jaap Spijkers als Faust bij Het Nationale Toneel

Goethe's liefdesbrieven online

De ruim 1700 liefdesbrieven van de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe aan Charlotte von Stein zijn tegenwoordig online te lezen. Dat heeft de Duitse Klassik Stiftung Weimar die de collectie beheert vrijdag bekendgemaakt.

Charlotte von Stein (1742-1827) was de oudste dochter van een hofmaarschalk in Weimar. Op haar zestiende werd ze hofdame van hertogin Anna Amalia van Sachsen-Weimar. Ze trouwde in 1764 met de stalmeester freiherr Friedrich von Stein, met wie ze zeven kinderen kreeg.

Goethe schreef de brieven tussen 1776 en 1826 aan zijn zeven jaar oudere geliefde. Toen de relatie op de klippen liep, eiste hij zijn epistels terug.

De liefdesverklaringen zijn toegevoegd aan het archief met handgeschreven materiaal van Goethe en dichter Johann Christoph Friedrich von Schiller, dat sinds 2000 online is.

Helaas niet de laatste dagen, want sinds de bekendmaking van het nieuws, via het ANP in alle kranten (met overal kritiekloos dat merkwaardige "handgeschreven liefdesbrieven" van het persbericht overgenomen, alsof Goethe de beschikking zou hebben gehad over een computer) op maandag 20 december, is de website althans voor mij nog niet te bereiken geweest, zeker spitsuur door al die Goethe-voyeurs.:-(
Gelukkig heeft de NRC mij blij gemaakt met een klein fragmentje uit zo'n brief van Goethe, daar doen we het maar zolang mee.

Goethe - The Movie

Eigenlijk vreemd dat hij er nog niet eerder was: Goethe - der Film! De film gaat vooral over de periode 1772 - 1774, als Goethe in Wetzlar werkt als jurist en verliefd wordt op Charlotte Buff, die echter helaas al verloofd is met legatiesecretaris J.C. Kestner.

Het is midden in Goethe's "Sturm und Drang"-periode en dat maakt het onderwerp natuurlijk interessant voor de bioscoop, al wordt de film kennelijk alleen in Duits-talige landen uitgebracht.
Goethe zelf schreef over deze periode zijn "Die Leiden des jungen Werthers", maar ook Goethe-liefhebber Thomas Mann liet zich voor "Lotte in Weimar" door deze periode inspireren. Er is zelfs een operette over Goethe's liefdesleven: Franz Léhar's "Friederike" uit 1928, al gaat die over een iets vroegere periode: Goethe's liefde voor de domineesdochter Friederike Brion.
De Volkskrant schreef zaterdag 23 oktober over de film:

(...)regisseur Philipp Stölzl maakte eerder videoclips voor Rammstein en Madonna. Zijn film Goethe! gaat over Goethe als 23-jarige, er wordt gezopen, de liefde bedreven – ‘Wein, Weib und Gesang’ dus. De regisseur noemt het een ‘coming of age’-film; en recensenten moeten denken aan college drama’s uit Hollywood.

Het was al bekend dat Goethe "er niet vies van was", dus zo bijzonder is dat nou ook weer niet.

Het resultaat: de eerste Goethe-film aller tijden is niet diepzinnig, zelfs niet historisch correct, en dat zonder gêne. Dichtung en Wahrheit lopen er bewust in elkaar over. Het Werther-thema wordt vermengd met biografische en Sturm-und-Drang-motieven. Daar kun je over sputteren, zoals diverse recensenten deden, maar dit verlangen van Goethe een fictieve popster te maken is tekenend voor zijn huidige status.
Gedeeltelijk is het met Goethe namelijk gesteld zoals met Vondel in Nederland. De jonge generatie leert hem op school, maar voelt er niets meer bij, zoals de filmrecensent van Die Zeit verzucht. Goethe is onmenselijk monumentaal geworden, en dat is ook zijn probleem: ‘Hoe meer een dichter tot de canon gaat behoren, hoe meer afstand er ontstaat’, geeft Goethe-kenner Jonas Maatsch van de Klassik Stiftung Weimar toe.

Ja, dat is inderdaad ontzettend jammer. Ik denk nog met plezier terug aan mijn leraar Duits, die in de zesde klas van het VWO met ons Faust I doorlas - deel 2 was volgens hem nog te moeilijk. Ik heb daarna Faust nog zeker twee keer herlezen, inclusief het tweede deel.
Als muziekleraar behandel ik in 5 VWO altijd graag Goethe's invloed op het romantische lied van Schubert in het algemeen en het lied "Erlkönig" meer in het bijzonder. Ik moet het dan inderdaad altijd een beetje opleuken om het drupje levertraan naar binnen te gieten, maar het gaat erin.

Het Volkskrant-artikel gaat nog uitgebreid in op hoe Goethe in de afgelopen decennia gebruikt en misbruikt is om allerhande ideologieën mee te onderbouwen, tegenwoordig zelfs (geïnspireerd op zijn West-östlicher Divan uit 1819) de Islam. Dat hij deze gedichtenbundel eigenlijk schreef voor de bankiersvrouw Marianne von Willemer die hij in 1814 tijdens een reisje langs de Rijn leerde kennen (Goethe lustte er wel pap van), doet er nu even niet toe. Over Goethe als rechtvaardiging van welke ideologie dan ook schreef "onze" Boudewijn Büch in 2002 een leuk boek: "De Goethe-industrie"

Helemaal onderin de Volkskrant bespreking nog een aankondiging: er is een nieuwe vertaling op komst van "Wilhelm Meisters Lehrjahre", Goethe's "Bildungsroman" uit 1795/96 door Ria van Hengel, uit te geven bij Atheneum-Polak & Van Gennep. De oude vertaling van Pim Lukkenaer uit 1982 (uitgegeven bij Prisma Klassieken) is niet meer in de handel. Vorig jaar nog herlezen en het is schitterend. Al heeft Schiller Goethe af en toe wel een beetje over een "writer's block" moeten helpen. Schiller's analyse van "Wilhelm Meister":

Wilhelm Meister stapt uit een leeg en onbepaald ideaal in een veelbepaald actief leven, maar zonder daarbij aan idealiserende kracht in te boeten.

Maw: de basishoudingen van het realisme en het idealisme worden met elkaar verzoend.
Mooie passages uit Wilhelm Meister vind ik het "Requiem für Mignon", zo fraai door Schumann op muziek gezet en natuurlijk de spreuk

Iedere dag: Wat goede muziek horen, uit een goed boek lezen, een mooi schilderij zien en een paar redelijke woorden spreken.

Dat is ook mijn persoonlijke dagelijkse doelstelling.
Ik hoop dat ooit eens een regisseur de moed heeft Wilhelm Meister te verfilmen.

Wünschelrute

De wichelroede. Volgens Grimm komt het woord sinds de 13 eeuw voor als "toverstaf". Het is een magisch woord binnen de Duitse poëzie, al is het maar door Josef von Eichendorffs beroemde gedicht uit 1835:

Schläft ein Lied in allen Dingen
Die da träumen fort und fort
Und die Welt hebt an zu singen
Triffst du nur das Zauberwort

Ik zou niet over dit onderwerp schrijven als het niet ook bij Goethe voorkwam, en wel in zijn "Faust", Paralipomena 2 (= bewaard gebleven aantekeningen en schetsen, die niet in de Endfassung van Faust 1&2 terecht zijn gekomen)(Faust 3 - Studierzimmer):

"Nicht Wünschelrute, nicht Alraune -
Die beste Zauberei liegt in der guten Laune"

Het belangrijkste aan het woord "Wünschelrute" is dat volgens Rafael Michalczuk Eichendorff in boven geciteerd gedicht en Goethe in zijn gedicht "Gedichte sind gemalte Fensterscheiben" een compacte theorie van de lyriek geven:

Die Kunst besteht jedoch darin, das Zauberwort zu „treffen“ und die Welt damit singen zu machen

Goethe schreef zijn gedicht vooral tegen de "Philister"; een Philister is iemand die

der Kunst (zumeist Avantgarde-Kunst) und damit zusammenhängende ästhetische oder geistige Werte nicht schätzt oder verachtet, dabei aber unkritisch vorgefertigte, oft als bürgerlich bzw. spießbürgerlich bezeichnete Vorstellungen übernimmt und anwendet. (art. "Philister" in Wikipedia).

Over de Philister schrijft Goethe voor het eerst in "Werther" (1774), waarna het algemeen in gebruik komt. Zoals Goethe schrijft aan Zelter op 4 september 1831:

"Was ist ein Philister?
ein hohler Darm
mir Furcht und Hoffnung ausgefüllt
daß Gott erbarm!"

Genoeg uitgeweid: hieronder Goethes schitterende gedicht:

Gedichte sind gemalte Fensterscheiben

Gedichte sind gemalte Fensterscheiben!
Sieht man vom Markt in die Kirche hinein,
Da ist alles dunkel und düster;
Und so siehts auch der Herr Philister.
Der mag denn wohl verdrießlich sein
Und lebenslang verdrießlich bleiben.

Kommt aber nur einmal herein!
Begrüßt die heilige Kapelle;
Da ists auf einmal farbig helle,
Geschicht und Zierat glänzt in Schnelle,
Bedeutend wirkt ein edler Schein,
Dies wird euch Kindern Gottes taugen,
Erbaut euch und ergetzt die Augen!

Goethe in Leipzig

Een week geleden was ik in Leipzig, eigenlijk voor een conferentie over een van mijn andere helden: Albert Lortzing. Maar Goethe heeft van 1765 tot 1768 in Leipzig gewoond voor zijn rechtenstudie. Behalve dat hij daar Kätchen Schönkopf heeft leren kennen, de herbergiersdochter waarmee hij een kortstondige verhouding had en waarvoor hij de Annette-Lieder schreef (1766-1767) heeft hij daar ook Auerbachs Keller redelijk vaak bezocht.

De schilderingen op de muren, waar o.a. de Faust uit de oude originele sage rijdend op een wijnvat was afgebeeld, inspireerde Goethe en hij heeft Auerbachs wijnkelder dan ook als enige historische plaats overgenomen in zijn Faust.

Goethe moest niet veel hebben van de ruwheid van de studenten in zijn tijd, maar heeft toch de "Auerbachs Keller"-scene in Faust gedicht als aandenken aan zijn studententijd. Twee beelden boven de ingang van de wijnkelder herinneren hieraan:

Mephisto verzaubert die Studenten Die Studenten von Mephisto verzaubert

Auerbachs Keller buit de relatie met Goethe en zijn Faust flink uit en geef ze eens ongelijk. Er is zelfs een "Faust, die Rockoper"":

En natuurlijk is er in Leipzig een Goethe Denkmal auf dem Naschmarkt, vlakbij de Alte Handelsbörse. Helaas geen tijd om er langs te gaan en zelf een plaatje te schieten, dus dan maar een ansichtkaart:

Levenskunst volgens Goethe

Goethe was, volgens Nietzsche, hèt voorbeeld van de geslaagde levenskunstenaar. Hij was een universeel geleerde, veelzijdig en flexibel, maakte lange reizen en kon tot op hoge leeftijd verliefd worden. Hij disciplineerde zich als het ware tot een geheel van rede, zintuigelijkheid, gevoel dankzij zijn sterke wil; hij schiep zichzelf. Zoals Nietzsche het in "Afgodenschemering" zegt: hij stond met een vreugdevol en vertrouwend fatalisme in de werkelijkheid.

Goethe. - Geen Duitse gebeurtenis, maar een Europese: een grootse poging om de achttiende eeuw te overwinnen door een terugkeer tot de natuur, door op te klimmen tot de natuurlijkheid van de Renaissance, een soort van overwinning van die eeuw op zichzelf. - Hij had de sterkste instincten ervan in zich: sentimentaliteit, natuur-idolatrie, het anti-historische, het idealistische, het niet-reële en revolutionaire (-het laatste is slechts een vorm van het niet-reële). Hij riep de geschiedenis, de natuurwetenschap en de oudheid te hulp, evenals Spinoza, en vooral de praktijk; hij omringde zich met louter gesloten horizonten; hij zonderde zich niet af van het leven, hij ging er middenin staan; hij was onvervaard en nam zoveel mogelijk op zich over en in zich op. Wat hij wilde was totaliteit; hij bestreed het uit-elkaar-gaan van verstand, sensualiteit, gevoel en wil; (...) door discipline werd hij één geheel, "schiep" hij zichzelf...Goethe was, in een tijdperk dat naar het niet-reële neigde, een overtuigd realist: hij zei ja tegen alles, wat in dit opzicht met hem verwant was - hij had geen grotere belevenis dan dat ens realissimum, Napoleon genaamd. Goethe concipieerde een sterk, hoogontwikkeld, in alle fysieke vaardigheden bedreven, zichzelf in toom houdend, zichzelf respecterend mens, die zich de hele omvang en rijkdom van de natuurlijkheid kan permitteren, die sterk genoeg is voor deze vrijheid; een man van tolerantie, niet uit zwakte maar uit kracht, omdat hij dat waaraan de doorsnee-mens te gronde zou gaan, nog in zijn voordeel weet te gebruiken; een man voor wie niets meer verboden is, of het moest zwakheid zijn, of die nu deugd of ondeugd wordt genoemd. Een dergelijke vrijgeworden geest staat met een fatalisme vol vreugde en vertrouwen midden in het heelal in het geloof dat alleen het individuele verwerpelijk is, dat alles wordt verlost en bevestigd in het geheel - hij ontkent niet meer...Maar zulk een geloof is het hoogste van alle mogelijke geloven: ik heb het "Dionysus" gedoopt.
Uit: "Götzen-Dämmerung, Streifzüge eines Unzeitgemässen".

Goethe's "Promethische Gestaltungskraft" komt voort uit zijn leeftregel:

sich die Welt anverwandeln und sie dadurch zur eigenen machen, aber auch nur so viel davon aufnehmen, wie man sich anverwandeln kann

Waaruit volgt:

Man muß das Unzukömmliche ohne Skrupel draußen lassen.
(geciteerd naar R. Safranski: "Romantik - Eine deutsche Affäre".)

Ik zoek eens in Goethes "Werke in vier Bänden", minder compleet dan de titel suggereert, in de afdeling "Denksprüche und Merkreime".

Eigenheiten, die werden schon haften
Kultiviere deine Eigenschaften.

Laß dich nur in keiner Zeit
Zum Widerspruch verleiten;
Weise fallen in Unwissenheit,
Wenn sie mit Unwissenden streiten.

Feiger Gedanken
Bängliches Schwanken,
Weibisches Zagen,
Ängstliches Klagen,
Wendet kein Elend,
Macht dich nicht frei

Allen Gewalten
Zum Trutz dich erhalten;
Nimmer sich beugen,
Kräftig sich zeigen,
Rufet die Arme
Der Götter herbei.

En tenslotte uit de "West-östliche Divan"

Was verkürzet mir die Zeit?
Tätigkeit!
Was macht sie unerträglich lang?
Müßiggang!
Was bringt in Schulden?
Harren und Dulden!
Was macht gewinnen?
Nicht lange besinnen!
Was bringt zu Ehren?
Sich wehren!

Waar - volgens mij - Nietzsche aan gedacht moet hebben toen hij schreef:

Wat maakt heroïsch?
-Tegelijkertijd zijn grootste leed en zijn grootste hoop tegemoet gaan.
Waaraan geloof je?
-Dat het gewicht van alle dingen opnieuw moet worden vastgesteld.
Wat zegt je geweten?
-"Je moet worden die je bent!".
Waar liggen je grootste gevaren?
-In medelijden.
Wat heb je in anderen lief?
-Mijn verwachtingen.
Wie noem je slecht?
-Hem die altijd wil beschamen.
Wat is voor jou het meest humane?
-Zorgen dat niemand zich hoeft te schamen.
Wat is het zegel van de bereikte vrijheid?
-Zich niet meer voor zichzelf schamen.
Uit: ''Die fröhliche Wissenschaft''.
(vert. Nietzsche-citaten: Elza van Nierop en Tine Ausma)

The Goethendipity Principle

"Goethendipity" is een neologisme, bedacht door Tony Buzan. Buzan is de bedenker van het MindMappen en hij schreef er een boek over. Toen ik twee jaar geleden bij DeSlegte op zoek was naar een tweedehandsexemplaar van dat boek vond ik in plaats daarvan Buzan's "Book of Genius", een geweldig inspirerend boek over het ontwikkelen van je intellectuele vaardigheden. Het tweede deel van het boek is een "Hall of Fame", beroemdheden die niet zomaar beroemd zijn geworden. Wij kunnen veel van deze mensen leren. Goethe neemt hierin een vrij prominente plaats in en wel vanwege zijn "Goethendipity".

"Goethendipity" is Serendipity (=het vermogen toevallig waardevolle zaken te ontdekken) + Plan, Vision & Intention. Hier is - geciteerd uit Buzan's boek en dus in het Engels, Goethes centrale tekst:

Until one is committed there is hesitancy, a chance to draw back. Always ineffectiveness concerning all acts of initiative and creation. There is one elementary proof - the ignorance of which kills countless ideas and splendid plans. This is, that the moment one definitely commits oneself, then providence moves too. All sorts of things occur to help one, that would never otherwise have occurred. A whole stream of events issues from the decision, raising in one's favour all manner of unforeseen incidents and material assistance, which no man could have dreamed would have come his way. Whatever you can do or dream you can, begin it. Boldness has genius, power and magic in it, begin it now.

Buzan's eigen commentaar hierop:

"Goethendipity" is the concept that the people you meet, and the circumstances in which you find yourself, will relate incredibly closely to the power of your personal vision, the commitment you have to it, the persistence with which you pursue it, your appropriate practice of the brain principles, and the degree of your development of the other characteristics of genius.

Goethe-quotes.

Een schitterende website, fraai vormgegeven, hooguit nog niet helemaal af - net als deze Goethe-website overigens - is het Goethezeit-portal. Ik kwam er bij toeval op. Een onderafdeling van deze vraagbaak is "Goethe, Schiller & Co", waar wordt uitgelegd waarom we ons nog steeds met Goethe (en Schiller) bezig houden:

Um Goethe kommt aber auch niemand herum, der sich (...) die Frage vorlegt was Menschen zu Menschen zu sagen haben (...). Goethe ist ein Prüfstein in Sachen Humanität. (Heinz Friedrich).

Goethe is zeker een toetssteen van het Europees Humanisme, zoals ook Rob Riemen nog eens uitlegde in het eerste artikel in nr. 50 van het jarige Nexus, waar hij Goethe meerdere malen citeert. Eerst Goethes "Epilog zu Schillers 'Glocke'" (1805):

Den Lebenswürd'gen soll der Tod erbeuten.

en, waar het gaat om de drieslag Leven-Liefde-Geest van het Europees Humanisme, uit de "West-Östliche Divan":

Denn das Leben ist die Liebe
Und des Lebens Leben Geist.

Goethe is ook een leraar waar het gaat om het nut van het leven, ik pluk weer van de Goethe, Schiller & Co-website:

„Was machst du an der Welt? Sie ist schon gemacht,
Der Herr der Schöpfung hat alles bedacht.
Dein Los ist gefallen, verfolge die Weise,
Der Weg ist begonnen, vollende die Reise;
Denn Sorgen und Kummer verändern es nicht,
Sie schleudern dich ewig aus gleichem Gewicht.“

En denk dan aan Goethe's brief aan Zelter, in 1830:

Es gibt am Ende doch nur vorwärts!

Is het mogelijk een volwaardig leven te leiden zonder Goethe te hebben gelezen? Ik denk het wel, maar je hebt het wel een stuk moeilijker...

Kleine updates

De site-banner is nu veranderd. Op zoek naar een mooi plaatje vond ik een fraaie Goethe quote:

"Weit, hoch, herrlich der Blick
Rings ins Leben hinein"

Verder zijn in de biografie-pagina de links naar plaatjes van Goethes vrouwen gecorrigeerd, die verwezen nog naar de oude website.

Martin Walser - Ein liebender Mann

De oudemannenliefde van Goethe voor de 19-jarige Ulrike von Levetzow is het thema van de nieuwe roman van Martin Walser: Ein Liebender Mann, Rowohlt, 285 blz € 23,90. Gerecenseerd in NRC van 18 april 2008 door Anneriek de Jong. Beter is wellicht Marbot van Wolfgang Hildesheimer of Lotte in Weimar van Thomas Mann. Maar ik ga het toch proberen.

Syndicate content