Levenskunst volgens Goethe

Goethe was, volgens Nietzsche, hèt voorbeeld van de geslaagde levenskunstenaar. Hij was een universeel geleerde, veelzijdig en flexibel, maakte lange reizen en kon tot op hoge leeftijd verliefd worden. Hij disciplineerde zich als het ware tot een geheel van rede, zintuigelijkheid, gevoel dankzij zijn sterke wil; hij schiep zichzelf. Zoals Nietzsche het in "Afgodenschemering" zegt: hij stond met een vreugdevol en vertrouwend fatalisme in de werkelijkheid.

Goethe. - Geen Duitse gebeurtenis, maar een Europese: een grootse poging om de achttiende eeuw te overwinnen door een terugkeer tot de natuur, door op te klimmen tot de natuurlijkheid van de Renaissance, een soort van overwinning van die eeuw op zichzelf. - Hij had de sterkste instincten ervan in zich: sentimentaliteit, natuur-idolatrie, het anti-historische, het idealistische, het niet-reële en revolutionaire (-het laatste is slechts een vorm van het niet-reële). Hij riep de geschiedenis, de natuurwetenschap en de oudheid te hulp, evenals Spinoza, en vooral de praktijk; hij omringde zich met louter gesloten horizonten; hij zonderde zich niet af van het leven, hij ging er middenin staan; hij was onvervaard en nam zoveel mogelijk op zich over en in zich op. Wat hij wilde was totaliteit; hij bestreed het uit-elkaar-gaan van verstand, sensualiteit, gevoel en wil; (...) door discipline werd hij één geheel, "schiep" hij zichzelf...Goethe was, in een tijdperk dat naar het niet-reële neigde, een overtuigd realist: hij zei ja tegen alles, wat in dit opzicht met hem verwant was - hij had geen grotere belevenis dan dat ens realissimum, Napoleon genaamd. Goethe concipieerde een sterk, hoogontwikkeld, in alle fysieke vaardigheden bedreven, zichzelf in toom houdend, zichzelf respecterend mens, die zich de hele omvang en rijkdom van de natuurlijkheid kan permitteren, die sterk genoeg is voor deze vrijheid; een man van tolerantie, niet uit zwakte maar uit kracht, omdat hij dat waaraan de doorsnee-mens te gronde zou gaan, nog in zijn voordeel weet te gebruiken; een man voor wie niets meer verboden is, of het moest zwakheid zijn, of die nu deugd of ondeugd wordt genoemd. Een dergelijke vrijgeworden geest staat met een fatalisme vol vreugde en vertrouwen midden in het heelal in het geloof dat alleen het individuele verwerpelijk is, dat alles wordt verlost en bevestigd in het geheel - hij ontkent niet meer...Maar zulk een geloof is het hoogste van alle mogelijke geloven: ik heb het "Dionysus" gedoopt.
Uit: "Götzen-Dämmerung, Streifzüge eines Unzeitgemässen".

Goethe's "Promethische Gestaltungskraft" komt voort uit zijn leeftregel:

sich die Welt anverwandeln und sie dadurch zur eigenen machen, aber auch nur so viel davon aufnehmen, wie man sich anverwandeln kann

Waaruit volgt:

Man muß das Unzukömmliche ohne Skrupel draußen lassen.
(geciteerd naar R. Safranski: "Romantik - Eine deutsche Affäre".)

Ik zoek eens in Goethes "Werke in vier Bänden", minder compleet dan de titel suggereert, in de afdeling "Denksprüche und Merkreime".

Eigenheiten, die werden schon haften
Kultiviere deine Eigenschaften.

Laß dich nur in keiner Zeit
Zum Widerspruch verleiten;
Weise fallen in Unwissenheit,
Wenn sie mit Unwissenden streiten.

Feiger Gedanken
Bängliches Schwanken,
Weibisches Zagen,
Ängstliches Klagen,
Wendet kein Elend,
Macht dich nicht frei

Allen Gewalten
Zum Trutz dich erhalten;
Nimmer sich beugen,
Kräftig sich zeigen,
Rufet die Arme
Der Götter herbei.

En tenslotte uit de "West-östliche Divan"

Was verkürzet mir die Zeit?
Tätigkeit!
Was macht sie unerträglich lang?
Müßiggang!
Was bringt in Schulden?
Harren und Dulden!
Was macht gewinnen?
Nicht lange besinnen!
Was bringt zu Ehren?
Sich wehren!

Waar - volgens mij - Nietzsche aan gedacht moet hebben toen hij schreef:

Wat maakt heroïsch?
-Tegelijkertijd zijn grootste leed en zijn grootste hoop tegemoet gaan.
Waaraan geloof je?
-Dat het gewicht van alle dingen opnieuw moet worden vastgesteld.
Wat zegt je geweten?
-"Je moet worden die je bent!".
Waar liggen je grootste gevaren?
-In medelijden.
Wat heb je in anderen lief?
-Mijn verwachtingen.
Wie noem je slecht?
-Hem die altijd wil beschamen.
Wat is voor jou het meest humane?
-Zorgen dat niemand zich hoeft te schamen.
Wat is het zegel van de bereikte vrijheid?
-Zich niet meer voor zichzelf schamen.
Uit: ''Die fröhliche Wissenschaft''.
(vert. Nietzsche-citaten: Elza van Nierop en Tine Ausma)